In de spiegel: sociaal (on)vermogen bij vrouwen met autisme

Een half jaar geleden heb ik een grote stap gezet: ik verhuisde van een rijtjeshuis in de stad, naar een boerderij aan de rand van een klein dorp.

Ik woon nu midden tussen de bollenvelden, vlakbij de duinen, helemaal aan de rand van de bewoonde wereld. Mijn gevoelige systeem kan hier heerlijk tot rust komen. Ik heb weinig last van wifi hier, of van elektrosmog. Geen last van onveilige situaties op straat, burenruzies of andere negatieve energie. Ik slaap hier 7 of 8 uur per nacht en ben de meeste dagen super productief. Of ik ooit nog in een samenwoon-situatie wil belanden, weet ik nog even niet. Misschien met iemand waarmee mijn energie lekker in harmonie is.

Het is niet toevallig dat ik die stap pas een half jaar geleden maakte, want een paar maanden daarvoor, heb ik ontdekt dat ik autistisch ben.

Ik kreeg een label, en dat heb ik erg positief ervaren. Voor het eerst kon ik woorden geven aan mijn eigen ervaringen, mijn eigen voor- en afkeuren, en waarom ik sommige dingen gewoon echt niet leuk vind om te doen, ook al werd dat wel van mij verwacht

En nu ik hier ben, komt mijn gevoelige persoonlijkheid ook echt tot zijn recht. Ik heb de ruimte om mijn eigen gedachten te horen, te mediteren, heel veel creatief te zijn, en ik heb nu tijd om te overdenken hoe ik mijn leven verder wil indelen.

 

Wat houdt autisme in?

Als vrouw met autisme, herken je waarschijnlijk de moeite die je je hele leven gehad hebt om erbij te horen. Ik zelf ben eindeloos gepest, en zelfs als ik wel vrienden had, voelde ik me altijd anders, en niet helemaal deel van het geheel. Ik was meer op mezelf, meer eigengereid, meer emotioneel, en ik kon vastlopen op dingen die voor anderen vanzelfsprekend leken. Op andere gebieden blonk ik juist weer heel erg uit, en dat was naast fijn, ook overweldigend.

Een grote misvatting over mensen met autisme, is dat ze niet sociaal zijn. Ik ben in vriendschappen vaak juist heel empathisch, steunend, opbouwend en positief aanwezig.

Het grootste probleem is bij mij niet dat ik niet sociaal ben. Het grootste probleem is dat ik een grote en goed werkende bullshitradar heb. Een verjaardagsfeestje is vermoeiend, omdat ik binnen een minuut door heb hoe iedereen zich voelt, en vooral ook: wat er niet uitgesproken wordt. Ik heb dan geen afstandelijk, sociaal praatje klaar om me toch te redden in die situatie. Ik zit als een spons de emoties van ongelukkige persoon A op te zuigen, voel ondertussen de verstikkende onderhuidse spanningen tussen persoon B en C, en ik zie dat persoon D zwanger is, maar het nog aan niemand heeft verteld.

Ik kan in intieme relaties daardoor juist goed voor iemand klaar staan, goed aanvoelen wat iemand nodig heeft, maar als het contact vluchtiger of oppervlakkiger is, vind ik het erg lastig.


Je plek vinden

Toen ik nog niet wist dat ik autistisch was, voelde ik me machteloos in mijn autisme en eigenaardigheden die daarbij horen. Ik bleef maar proberen om erbij te horen, en verloochende mezelf op een heel diep niveau.

Nu, ruim een half jaar na de diagnose kijk ik daar wel anders tegenaan. Ik merk dat hoe meer ik mijn leven autisme-vriendelijk inricht, hoe sterker, vrolijker en energieker ik me voel. Ik ben geen chronisch oververmoeide schim van mezelf, als ik voor mezelf zorg, en als ik leef op mijn eigen voorwaarden. Integendeel.

Het is voor mij pas sinds ik verhuisd ben, en sinds ik niet meer permanent overprikkeld ben, dat ik mijn kwaliteiten beter kan ervaren, en dat ik leer, welke plekken juist wel heel stimulerend voor mij zijn.

Op creatieve plekken, of plekken waar hooggevoelige of empathische mensen samenkomen, voel ik me heerlijk. Ik heb gevoel voor de sfeer van gebedsruimtes, kerken, en daar voel ik me ook heel goed op mijn plek. Ik voel me fijn in de natuur, waar ik de kleinste details opmerk. Ik voel me fijn op plekken waar gemediteerd wordt, en waar mensen bewust bezig zijn met hun eigen ontwikkeling. Dat ben ik zelf namelijk ook.

Ik heb ondertussen hele lieve, gevoelige, steunende en opbouwende vriendinnen gemaakt. Dat lukte me pas, toen ik stopte met proberen om iemand anders te zijn dan ik was. Schoorvoetend sloot ik me aan bij een groepje vrouwen dat elke volle maan bijeen kwam, en stilletjes aan ging ik steeds meer uitspreken hoe ik me voelde. En toen ik echt helemaal open durfde te zijn, stroomde de liefde en vriendschap terug mijn leven in.

Pas toen ik woorden kon geven aan mijn gevoelens, vond ik mensen die zich hetzelfde voelden. Ik heb hier veel therapie voor nodig gehad. En pas toen ik ging lezen over andere vrouwen met autisme, en precies mijn eigen moeilijkheden herkende, kon ik zelf ook woorden geven aan mijn eigen ervaringen. Ik leerde erkennen dat ik mezelf niet hoef te veranderen, maar dat ik juist goed ben zoals ik ben.

Superpower

Autisme is niet alleen een handicap; het is ook een superpower. Ik ken weinig mensen die zich zo in een onderwerp kunnen vastbijten, die zo oorspronkelijk, eerlijk, inventief, out of the box, intuïtief en goed geïnformeerd zijn als iemand met autisme. Ik heb een geheugen waar je u tegen zegt, en ik ben ontvankelijk voor ieder klein signaal dat je afgeeft. In vriendschappen kan dat heel fijn zijn!

De meeste mensen met autisme zijn echte specialisten in hun eigen interessegebied. Dat is ook meestal het gebied dat eindeloos energie geeft, en waar de persoonlijke kracht ligt.

In mijn geval is dat taal, creativiteit, de psychiatrie, religie, en no-nonsense spiritualiteit. Mijn kracht ligt erin, dat ik altijd wil leren, altijd doorzet, en altijd met de grootste inzet werk aan mijn eigen ontwikkeling.

Het kan heel erg lonen om na te gaan, waar jouw interesses liggen, want hierin vind je een enorme batterij om je aan op te laden, en andere, moeilijke dingen beter aan te kunnen!

Ik heb inmiddels geaccepteerd dat ik geen drukke sociale vlinder ben, maar meer een vlinder die af en toe op je hart komt zitten, en aan wie je dan kwijt kunt hoe je je echt voelt. Ik kan je zien, als jij dat ook wil. En dat is een enorme rijkdom.

Ik hoor graag van je wat jouw superpowers zijn, en hoe je je autisme ervaart!

Liefs,

Sofie

 

 

 

 

 

 

Dun, dunner, dunst: over mijn herstel van anorexia nervosa

De mensen die mij van de laatste jaren kennen, zullen nu even twijfelen. Ik ben de afgelopen jaren flink te zwaar geweest, na een hele lange periode van ziekelijk afvallen.

Ik kwam tijdens het ziekbed van mijn moeder bij een psychiater terecht, die mij als noodrecept Remeron/Mirtazepine voorschreef voor het slapen en de herbelevingen die ik ’s nachts had. Het is twijfelachtig of het heeft gewerkt; ik kreeg er zulke erge eetbuien van, dat ik 30 kilo aan kwam.

Een harde les, voor iemand die net een beetje hersteld was van anorexia.

anorexia

Bron foto: Shutterstock

(Ik zag er ongeveer zo uit, misschien nog een stukje dunner.)

De eetstoornis begon op de middelbare school. Ik werd toen ik in de derde klas zat verkracht, en ik raakte zo onthecht van mijn lichaam, dat ik stopte met eten. Ik wilde niet meer voelen, er niet meer zijn, niet meer bestaan. En misschien, ook wel niet meer aantrekkelijk of vruchtbaar zijn.

Het was erg moeilijk, want ik was in die periode net bezig met de vooropleiding van de dansacademie. Ik stond dus twintig uur per week voor een spiegel. En hoe groot mijn passie voor dansen ook was, ik kon mijn spiegelbeeld niet meer verdragen. Mijn lichaam was helemaal op slot geraakt.

Ik kreeg een positief advies voor de dansopleiding, maar zonder te vertellen waarom, heb ik me stilletjes teruggetrokken. Thuis kon ik niet praten over wat er gebeurd was. Ik heb het wel geprobeerd, maar er was helaas op dat stuk niet zo veel empathie of zorgzaamheid als ik nodig had. Ik moest het zelf oplossen.

En mijn zestienjarige brein vond houvast in het stoppen met eten. Ik viel tientallen kilo’s af. Mijn conditie was door het vele dansen super goed, dus ik kon kilometers hardlopen zonder eten in mijn maag. Pubers zijn pubers, dus mijn klasgenoten waren vooral erg hard over mijn grote transformatie. Geestelijke problemen zijn op de middelbare school een groot taboe, en dat begrijp ik ook. Op die leeftijd is de groepsdruk nog zo groot, en is iedereen zo bezig om zijn plekje in de wereld te bemachtigen.

Hoe dan ook, ik stond er alleen voor. Ik besteedde mijn dagen aan hard studeren, hoge cijfers halen, en proberen niet flauw te vallen tijdens de les. De stoeprand waar ik altijd op zat in de pauze, werd te hard voor mijn botterige billen, en ik nam afstand van de vrienden die ik daarvoor gehad had. Ik heb daar nog steeds spijt van. Maar ik kon gewoon de vernedering van de verkrachting niet delen op dat moment.

Ik kreeg zo’n laag gewicht, dat de BMI meters op internet een error gaven. Ik had als 17-jarige de kledingmaat van een tienjarig kind.

Er was op school een hele lieve docent die zich over mij ontfermde. Daar ben ik nog steeds heel dankbaar voor. Maar ik kon op dat moment niet open zijn over hoe ik me echt voelde. Ik had zo aangeleerd om niet over mijn gevoelens te praten, dat ik al mijn gevoelens in mezelf opsloot, en de verdoving van het ondergewicht, was daarin heel pijnlijk en vermoeiend, maar ook een noodoplossing die daar even gewerkt heeft.

Ik maakte uiteindelijk nieuwe vrienden op school, en heb de laatste jaren van de middelbare school, mij toch geliefd en gesteund gevoeld, zonder dat ik precies vertelde wat er in me om ging. Ik zou die mensen zo graag nog een keer bedanken. Ik was geen makkelijke, maar ik werd geknuffeld en geaccepteerd zoals ik was.

Ik haalde met knallende cijfers mijn diploma, op een recept van veel spijbelen en veel zelfstudie. Op school hielden ze me de hand boven het hoofd, en dat vind ik nog steeds ontroerend. Tijdens mijn vele afwezigheid in de les, was ik tenslotte niet in de coffeeshop te vinden, maar in de studieruimte en de bibliotheek. Ik was een kei geworden in het zelf plannen van mijn dagen en het halen van mijn doelen.

Na mijn examen, heb ik nog geprobeerd om door te studeren. Ik wilde eigenlijk een creatief beroep, maar ik kon daar nog moeilijk voor gaan staan. De studie literatuurwetenschap heb ik een half jaar volgehouden, met grootse prestaties, en nog steeds een slinkend lichaam.

Ik hield het niet vol. Ik wist niet precies waarom niet, want in de lessen presteerde ik goed, en mijn studiegenoten waren stuk voor stuk lieve, intelligente mensen. Pas een jaar geleden ben ik er achter gekomen dat ik autisme heb, en dat ik een andere weg gelopen heb in het leven, op weg naar volwassenheid.

Ik ben uiteindelijk opgenomen voor 1,5 jaar. Ik heb twee keer mijn verjaardag, en twee keer Kerst binnen de muren van een kliniek gevierd. Ook hier kon ik erg moeilijk andere mensen toelaten. Ik praatte niet over mijn gevoelens, en verzoop in de heftigheid van het zelfdestructieve gedrag van de anderen, en de problemen onderling. Ik wilde ook geen bezoek ontvangen. Ik vond het te vernederend.

Wel heb ik hier weer een gezond gewicht bereikt. Met vlag en wimpel mocht ik met ‘ontslag’. Het lot wil, dat ik kort hierna, opnieuw veelvuldig verkracht ben. Ik ging toch op mezelf wonen, en begon aan creatief vrijwilligerswerk. Ik leerde mezelf fotograferen, en ik leerde foto’s bewerken. Hiernaast volgde ik schilderles, en uiteindelijk de vooropleiding van de kunstacademie.

Ik werd toegelaten op de Rietveld Academie, en op de KABK in Den Haag. Vanwege de wat gemoedelijker sfeer, koos ik voor Den Haag. Ik heb een heerlijke tijd gehad. Maar onder de grote studiedruk, gleed ik toch weer af in mijn coping mechanisme van de eetstoornis. In het tweede jaar viel ik opnieuw veertien kilo af, en raakte ik zo uitgeput, dat ik mijn studie voortijdig heb moeten onderbreken.

IMG_0144

Ik zag er zo uit. Iedereen vond me reuze knap. Ik kreeg hordes mannen achter me aan, en als ik buiten liep, ontstonden er opstoppingen in het verkeer door mannen die wanhopig mijn telefoonnummer wilden vragen. Ik kreeg een relatie met iemand die graag een knappe handtas wilde, en ik was dood- en doodongelukkig. Als ik deze foto zie, zie ik vooral ook mijn blik. Totaal doods, in mezelf gekeerd, en ook diep verdrietig en emotioneel geblokkeerd.

Ik hobbelde al jojoënd in mijn gewicht door het leven, en daar kwam het moment dat ik bij de psychiater zat, die mij Remeron voorschreef. Binnen drie maanden had ik ernstig overgewicht, en hoorde ik ineens bij de gemeenschap van dikke mensen.

En misschien klinkt het raar, maar het is voor mij een hele rijke tijd geweest. Ik was zo lang zo bang geweest om dik te worden, dat toen ik het eenmaal was, ik echt de tijd heb genomen om te ervaren hoe dat was. Mensen gingen anders op me reageren, ik kreeg minder mannen achter me aan, en ik denk dat ik het echt nodig heb gehad om dit te ervaren. Om van mezelf te leren houden, ook al voldeed ik niet aan alle standaarden die ik tijdens mijn jonge leven voor mezelf gesteld had.

IMG_0853

Heel opvallend is, dat als je dik bent, iedereen continu in de gaten houdt wat, en hoeveel je eet. Elke gezamenlijke maaltijd wordt zo erg gespannen en vermoeiend. Op straat kijkt er niemand meer naar je, en voor mij was het fijne eraan dat ik minder overschat werd dan daarvoor. Dat ik een relatie had, waarin mijn gewicht en uiterlijk niet zo’n grote rol speelde, was voor mij erg fijn.

Nadat ik de eerste EMDR sessies had gehad, om eindelijk mijn trauma’s aan te pakken, was het tijd om de Remeron af te bouwen en uiteindelijk te stoppen. En meteen vlogen de kilo’s eraf. Ik heb nog steeds geen weegschaal, want anders ga ik daar toch weer elke dag op staan, maar ik denk dat ik nu rond de 15 à 20 kilo afgevallen ben.

Het is gewoon echt een cadeau dat ik weer in alle winkels kan shoppen en om de transformatie te zien. Ik ben tot nu toe van een maat 48, naar een maat 40-42 gegaan. Het is dat ik na een relatiebreuk en met een inkomen onder het minimum geen rooie cent heb, maar ik ben hard aan het sparen om mezelf eens mooi in het nieuw te steken bij wijze van beloning voor mijn doorzettingsvermogen en openheid.

Om af te vallen doe ik niet krampachtig mijn best, maar het feit dat ik uit ethische- en gezondheidsoverwegingen vegan en whole food plant based (vegan wfpb; geen dierlijke producten, geen bewerkte producten, vooral veel groente, fruit, bonen en noten) eet, speelt er een grote rol in. En ik geloof ook wel dat een lichaam van nature weer in een gezonde balans wil komen.

En nu? Ben ik me niet meer zo bewust van mijn gewicht. Ik voel me soms nog steeds dik, maar in de spiegel zie ik wel elke maand weer een verbetering, die ik dan trots naar mijn vriendinnen stuur. 😉

Ik kan zeggen: op de foto waarop ik dik was, voelde ik me goed genoeg. En nu, voel ik me ook goed genoeg. Ik zit nu in thuisquarantaine en voel zo’n enorme dankbaarheid, als ik dit stuk schrijf, en besef van hoe ver ik ben gekomen.

Ik ben op dit moment weer aan het reïntegreren, en ik volg twee opleidingen die me heel blij maken. Langzaam kom ik weer tot leven!

Heel veel liefs, en ik hoop dat het goed met je gaat. ❤

Sofie